Wapens

koninkrijk

Blijkens art. 3, lid 1, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden is de regeling van het wapen en de vlag van het Koninkrijk (casu quo de Koning) een aangelegenheid van het Koninkrijk. In de praktijk worden de wapens en vlaggen van de leden van het koninklijk huis bij koninklijk besluit (K.B.) vastgesteld. De voorbereiding vindt plaats in samenwerking met de Hoge Raad van Adel, alwaar de originele tekeningen blijven berusten. Het wapen, dat door het Koninkrijk der Nederlanden, zowel als door de Koningen der Nederlanden, wordt gevoerd is (opnieuw) vastgesteld bij K.B. van 23 april 1980, nr. 3 (Stb. 206). Het laatste wapen van leden van het Koninklijk Huis, dat officieel werd vastgesteld, betreft de kinderen uit het huwelijk van de Prins van Oranje en prinses Máxima bij K.B. van 21 november 2003 (Stb. 487), traditioneel kort vóór de geboorte.

Literatuur:
H. de Vries, Wapens van de Nederlanden. De historische ontwikkeling van de heraldische symbolen van Nederland, België, hun provincies, en Luxemburg (Amsterdam, 1995);
Egbert Wolleswinkel, 'De inhuldiging van Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander. Enkele heraldische en juridische aspecten van de troonswisseling', De Nederlandsche Leeuw 130 (2013), p. 59-80 (paragraaf 'Rijkswapen, tevens koninklijk wapen', p. 61-66).

publiekrechtelijke lichamen

Bij Soeverein Besluit van 24 december 1814, nr. 32, kreeg de Hoge Raad van Adel de opdracht de wapens te bevestigen van “alle steden, dorpen en heerlijkheden, districten en corporatien”, die daartoe een verzoek hadden ingediend. Het begrip “corporatien” werd ruim geïnterpreteerd, zodat daaronder niet alleen waterschappen werden gerekend, maar ook bepaalde categorieën privaatrechtelijke lichamen, zoals kerkelijke en educatieve instellingen.

Bij Koninklijk Besluit van 23 april 1919, Stb. 181, kwam aan de onduidelijkheid een einde, voor zover het overheidsorganen betrof. Hierin werd bepaald, dat “alle provinciën, gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen of instellingen”, die een wapen wensten te voeren, zich tot de koning dienden te wenden. Het Soeverein Besluit van 1814 werd bij die gelegenheid niet ingetrokken, maar nadien wel strikter geïnterpreteerd. Werden vóór die tijd ook wapens aan privaatrechtelijke lichamen verleend, ná 1919 behoorden deze tot de uitzonderingen en zijn het merendeels bevestigingen en/of correcties. Met de afgekondigde beleidsregels van de Minister van BZK komt per 1 januari 2014 een einde aan de wapenverlening voor privaatrechtelijke lichamen bij KB.

Bij K.B. van 21 oktober 1977, Stb. 605, werden de besluiten van 1814 en 1919 aangevuld met een aantal richtlijnen betreffende het verlenen van wapens aan publiekrechtelijke lichamen. De ministeriële beschikking van 18 oktober 1977, waarin deze richtlijnen uitvoerig worden beschreven, is het uitgangspunt van de Hoge Raad van Adel bij zijn adviestaak. Ook voor fusiegemeenten geldt deze procedure. Om onrechtmatig gebruik van het gemeentewapen te voorkomen, wordt geadviseerd in de algemene plaatselijke verordening een bepaling op te nemen waarin aan derden, behoudens toestemming van het gemeentebestuur, het voeren van het gemeentewapen wordt verboden. Over de wettelijke bescherming bestaat een ministeriële circulaire.

Vanaf 1816 houdt de Raad een register bij van de sinds die tijd bevestigde, verleende en gecorrigeerde wapens. Naast de beschrijvingen, zoals deze in de koninklijke besluiten zijn opgenomen, worden hierin ook de wapens geschilderd, zoals deze op de uit te reiken diploma’s zijn afgebeeld. Toegang tot dit register geeft de Index op de wapens der publiekrechtelijke lichamen, Hoge Raad van Adel. Hiertoe behoren ook de Zuidelijke Nederlanden (thans België) over de periode 1816-1830. Voor een overzicht van alle, ook opgeheven, gemeentewapens, zie: www.ngw.nl.

Literatuur:
Gemeentewapens van Nederland 1814-1989 (naar het officiële register van de Hoge Raad van Adel) (’s-Gravenhage, 1989).

adellijke families

Aan de verlening van adeldom is een adelsdiploma verbonden, dat door de koning is uitgevaardigd en van zijn grootzegel is voorzien. De uitvoerige tekst met verleende rechten gaat vergezeld van een beschrijving en gekleurde tekening van het geregistreerde familiewapen. Vóór de vervaardiging dient de genobiliteerde taxa en leges te betalen, aangezien anders de adelsgunst zou vervallen. Van elk diploma wordt een gewaarmerkte kopie, voorzien van een originele wapentekening in kleur, bewaard in het archief van de Hoge Raad van Adel. Deze wapens worden bovendien ingetekend in het zogenaamde Wapenregister van de Nederlandse adel, dat ter secretarie wordt bewaard.

De Raad bereidt een complete publicatie van dit originele register voor. De bestaande literatuur J.B. Rietstap, Wapenboek van den Nederlandschen Adel (Groningen, 1883-1887; 2 delen) is verouderd en niet geheel conform het officiële register en C.E.G. ten Houte de Lange, Repertorium familiewapens van bekende Nederlandse geslachten (’s-Gravenhage/Rotterdam 2001; 2 banden) is uitverkocht.