1815 verheffing
Koninklijk Besluit 16 sept. 1815, La V.V.
Verheffing van Willem Alewijn (1769-1839), opperboekhouder Stadsbank van Lening te Amsterdam, wonende aldaar (diploma afgegeven 29 mei 1816).
Wapen (501-A-2)
Gevierendeeld door een zilveren kruis; I en IV in zwart een aanziende meermin van natuurlijke kleur, met zilveren staart en met de rechterhand een ovale, goud omlijste zilveren spiegel en met de linker- haar loshangend haar vasthoudend; II en III in blauw drie zilveren bezanten; in een rood hartschild een geopende gouden burcht met vier kantelen, verlicht van het veld. Een halfaanziende helm; geen wrong; dekkleden zilver en blauw; helmteken de zeemeermin van het eerste kwartier.
1833 verheffing
Koninklijk Besluit 7 okt. 1833, nr. 26
Verheffing van Pieter Opperdoes Alewijn (1800-1875), raad van de stad Hoorn, controleur der directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnzen in de divisie Hoorn, wonende te Hoorn (met clausule van inlijving) (diploma afgegeven 25 november 1833).
Wapen (501-A-13)
Beschrijving als 501-A-2 (1815), maar de meermin naar rechts gewend, het haar en de vinnen goud en met de linkerhand haar vliegende haar met een gouden kam uitstrijkend. Wrong en dekkleden zilver en zwart.
1882 inlijving
Koninklijk Besluit 5 jan. 1882, nr. 5
Inlijving van Frederic Marie Balthasar Alewijn (1831-1903), luitenant-kolonel, adjudant des Konings, wonende te ’s-Gravenhage. Wapen zie 501-A-13 (1833).
Koninklijk Besluit 12 maart 1882, nr. 1
Inlijving van Jean Frédéric Alewijn (1833-1900), directeur van het Kabinet des Konings, wonende te ’s-Gravenhage. Wapen zie 501-A-13 (1833).
1885 titelverlening
Koninklijk Besluit 8 jan. 1885, nr. 1
Verlening van de titel ridder aan jonkheer Frédéric Marie Balthasar Alewijn (1882), kolonel, adjudant des Konings in buitengewone dienst, wonende te ’s-Gravenhage (diploma afgegeven in februari 1885).
Wapen (501-A-21)
Beschrijving als 501-A-13 (1833).