1814 erkenning
Soeverein Besluit 28 augustus 1814, nr. 14
Erkenning van Balthasar Georg Joseph van Asbeck (1740-1817), heer van Luillema in de Ridderschap van Groningen en erkenning van Gerrit Ferdinand van Asbeck zu Bergen und Munsterhausen (1764-1838) als edele van Friesland (akten van bewijs, respectievelijk 1 oktober 1816, afgegeven 29 oktober 1816, en 16 oktober 1816, afgegeven 10 oktober 1820).
WapenBalthasar Georg Joseph van Asbeck (501-A-2a)
In zilver, goud omboord, zes aanstotende rode ruiten, geplaatst in de richting van een schuinbalk, aan de benedenzijde waarvan drie en een halve rode ruit aansluiten, de eerste ruit aansluitend aan de tweede van de bovenste rij. Een aanziende helm; een kroon van drie bladeren en twee parels; dekkleden goud en rood; helmteken een uitkomende onderarm van natuurlijke kleur, zilver gekleed, houdende een gouden pauwenstaart met groene ogen; schildhouders twee omziende gouden leeuwen, rood getongd; het geheel geplaatst op een bruin voetstuk.
Wapen Gerrit Ferdinand van Asbeck zu Bergen und Munsterhausen (501-A-2b)
Beschrijving als 501-A-2a, maar zonder dekkleden, de schildhoudende leeuwen niet omziend, niet rood getongd en van natuurlijke kleur en het geheel geplaatst op een grijs voetstuk.
1816 erkenning
Soeverein Besluit 22 oktober 1814, nr. 101
Erkenning van Tjalling Minno Watze van Asbeck (1795-1855) als edele van Friesland (akte van bewijs 1 oktober 1816).
1821 titelerkenning
Koninklijk Besluit 12 juni 1821, nr. 36
Erkenning van de titel baron voor jonkheer Gerrit Ferdinand van Asbeck zu Bergen und Munsterhausen (benoemd in 1814), lid Eerste Kamer der Staten-Generaal.