1825 erkenning – 1898
Koninklijk Besluit 9 mei 1825, nummer 64
Erkenning van Jacob Lauta van Aijsma (1762-1830), wonende te Hoge Zwaluwe, Hessel Lauta van Aijsma (1775-1828), wonende te Renswoude, en Adriaan Hendrik Lauta van Aijsma (1782-1854), wonende te ’s-Gravenhage.
Wapen (505-L-22)
Gevierendeeld; I en IV in goud een rode leeuw, blauw getongd en genageld (Lauta); II en III in blauw een korenschoof, boven en beneden vergezeld van een klaverblad, alles goud (Aysma). Twee helmen; rechts een kroon van drie bladeren en twee parels, links een wrong blauw en goud; dekkleden rechts rood en goud, links goud en blauw; helmtekens rechts de leeuw van het eerste kwartier, uitkomend, links een zwarte adelaar met gesloten grijze bek, uitkomend; schildhouders rechts een leeuw van natuurlijke kleur, rood getongd, links een omziende zwarte adelaar met geopende, naar beneden gerichte vlucht, grijs gebekt en gepoot, rood geoogd en getongd; wapenspreuk antiqua virtute ac fide (‘Met ouderwetse deugd en trouw’) in gouden letters op een blauw lint; het geheel geplaatst op een bruin voetstuk.